| |
|
|
Eigen werken van |
| Ton van de
Bunt |
| |
Onzeker
De tijd
Zij was mooi jong en
een figuurtje om te zoenen
hij zag er geweldig uit een
mooie bos haar en een torso
om te zoenen en ze zaten op
een bankje aan de zee in de zon
Zij zaten op het bankje
in de zon aan de zee en
hij streelde zachtjes door
haar haren die speelde in
de lente wind die langzaam
verwarmd werd door de zon
Zij zaten op het bankje
in de zon aan de zee op
het pad speelde kinderen
het waren er twee en hij
streelde zachtjes door
haar haren die speelde
in de warme zomer wind
Zij zaten op het bankje
in de zon aan de zee naast
hen zaten twee andere jonge
mensen en kinderen speelde
op het pad en hij streelde zachtjes
door haar haren die speelde in
de frissere zomer wind
zij zaten op het bankje
de rimpels in hun gezicht
zij zagen er geweldig uit
zij een mooi oud figuurtje
hij en de tand des tijds die
aan hem niet was voorbij gegaan
Zij zaten op het bankje
in de zon aan de zee
en ze keken elkaar aan
hij streelde door haar haren
zullen we maar gaan
hij pakte zijn stok zij
haar wagentje en de zon zal
weldra voor hen ondergaan
|
|
Dag en nacht
De neon reclames zijn gedoofd
de kroegjes hebben hun deuren
dicht gedaan en mensen laten
hun hond nog uit voor het
slapen gaan
Langzaan schuift het donker
weg het wordt weer licht
in de verte neemt het geruis
van de snelweg toe omdat de
mensen naar hun werk gaan
De stad ontwaakt en door de frisse
lucht van de nachtelijke regen
lijkt het wel een schone stad
de zon komt op en door blazers
worden de straten schoon geblazen
In de verte klinken de slagen
van de heimachine in de stille ochtend
mensen spoeden zich heen en weer
schijnbaar doelloos op weg en waar
naar toe hun werk, naar bed of
naar hun geliefde die wacht
De zon staat hoog aan de hemel
de terrasjes zitten vol
de mensen lachen en ze proosten
de obers lopen af en aan
de wijn vloeit en de dag verstrijkt
er schijnt geen einde aan te komen
Het wordt avond en weer nacht
de kroegjes zitten vol en
muziek klinkt over straat
de neon reclames branden
er is weer een dag voorbij
tot het ochtend gloren
|
|
Verliefdheid en liefde
Twee mensen staan tegenover elkaar
de zon staat strak aan de hemel
de wind ruist door de bladeren van
de bomen die wiegen in de wind
de wind speelt door hun haar
Wat mooi en leuk en lief
kriebels in je buik en
zou dat de ander zijn
die je leven na al die jaren
weer vreugde kan geven
Ben ik verliefd en dat
is toch die vraag want
dat is essentieel in deze moeilijke
vragen die bij je opkomen dat is
die klik zoals sommige het noemen
Laten we gaan wandelen door
de natuur met de ontluikende
bladeren en bloemen en het
pad is nog nat van de regen van
gisteren toen je elkaar nog niet kende
De lente is geboren de natuur zet
de toon van het nieuwe leven
plots betrekt de lucht een
bui barst los en je gaat schuilen
schuilen bij elkaar en is dat liefde
Verliefd Liefde?? |
|
Zien en voelen
De lucht is grauw het regent wat
de door, de regen, zwarte geworden polder weg
lijkt in het niets te verdwijnen
de weg is bochtig de wind is straf
nat geworden loop ik door over het witte bruggetje
Twee eenden vormen een paar (zij wel)
vluchten van divers pluimage zweven over het veld
het polderweggetje af de dijk op gelopen
het boezem water staat hoog
ganzen steken over een hond die blaft
Stilte eenzaamheid het gieren van de wind
over het weiland lopen de kronkelend
de pas gemaakte sporen van de mest wagen
meeuwen doen hun maal
alleen zijn, zelfmedelijden over valt mij
Verdriet waarom
je weet het niet, wentelen in eigen leed?
maar kijk daar komt de zon flets aan de donkere lucht
de molen staat in de grijze mistige ochtend
de wieken stil het is of de wereld stil staat
Kijk daar is de koepel van de kerk
die grauw afsteekt tegen de hemel
nog een kilometer of vier
de gedachten spoelen weg
het is droog geworden
|
|
Onzeker
Zij hadden elkaar een hand geven
nu zaten zij tegen over elkaar
wat mag ik voor u betekenen vraagt de ober
2 kopjes koffie ze komen er aan
ze keken naar elkaar
Wie is die persoon
wat is zijn verleden
alles wil je weten maar
kan je dat vragen
lekker weer vandaag
Twee koffie als ’t u blieft
heb je kinderen was de vraag
vreemd gevoel daar in je maag
ik heb er drie hoor je zeggen
ja ik woon in een appartement
We moeten maar eens gaan
zien we elkaar nog een keer
het zonnetje begint al warm te worden
wil je dit, voelt dit goed
afwachten maar
|
|
|
|